|
Essays en lezingen
De eurocrisis: nog een handvol vragen Tot voor kort werd de Europese Unie, ondanks alle problemen, algemeen beschouwd als een succesvol en interessant project, een laboratorium voor de internationale verhoudingen in de 21e eeuw. Waar komt toch die verlamming vandaan, die Europa nu al maanden en maanden in haar greep heeft? Wat is er in hemelsnaam gebeurd? En wat moeten we nu? Voor het beantwoorden van die vraag is één ding van essentieel belang: de mentaliteit van waaruit Europa, en de Europese aanvoerders, handelen. Wat was en is onze eigen Europese visie op de wereld, nee, sterker, op het leven? Wat was ons Europees idee van ‘kwaliteit van bestaan’? Welke nieuwe ruimte willen wij geven aan de jeugd, aan de toekomst? En welke ruimte zal die jeugd, wellicht, moeten bevechten? Wij, Europeanen, hebben daarbij al sinds jaren een eigen pad ingeslagen. We zullen in de nabije toekomst onze ideeën moeten aanpassen aan de economische en demografische realiteiten, dat weten we allemaal, maar in de basisfilosofie hebben we elkaar altijd kunnen vinden: in onze soft-power, onze boven-nationale samenwerkingssystemen, in onze nadruk op een goede kwaliteit van bestaan voor iedereen, in de breedste zin van het woord. Zo zag en ziet ons zelfbeeld eruit. Voor de Europese pioniers van de eerste generatie waren de drijfveren daarbij, uiteindelijk, diep emotioneel: voor hen, die de oorlog overleefden, betekende Europa bovenal een vredesproject, een project dat draaide om mensenrechten en democratische waarden op internationaal niveau. Voor de nieuwe generatie Europese leiders werden andere waarden steeds belangrijker, in het bijzonder economische waarden. Dat is begrijpelijk, het was de algemene stemming tijdens de late twintigste eeuw. Maar het resultaat is een Europees project dat, met de zware nadruk op de markt en de vrije mededinging, nog altijd geobsedeerd lijkt door de globalistische filosofie. Ik doel daarmee op het internationale, grensoverschrijdende denken waarbij de wereld en de samenleving voornamelijk worden bekeken door een simpel economisch vergrootglas.
Is dat dan mede de oorzaak van deze crisis? ‘De economische crisis is een groot fiasco van het marktstelsel,’ zei Nobelprijswinnaar Amartya Sen een paar weken geleden, en ik ben het roerend met hem eens. De crisis werd, zei hij, immers door dit systeem zelf voortgebracht. De crisis vertegenwoordigt ook een moreel falen: het falen van een systeem dat enkel op financiële waarden is gefundeerd. In Europa was bovendien de overgave aan de genadeloze god van het angelsaksische marktmodel dé manier om de Europese burgers massaal terug te jagen naar de beschutting van de oude nationale waarborgstaten. Uit dat marktmodel groeide immers gaandeweg een obsessie met het individuele, het particuliere en het meetbare, en tegelijk een overmaat aan tolerantie voor alle excessen van het moderne kapitalisme. En dat had overal tot gevolg dat overal publieke waarden, ethische en morele waarden die vooral gericht waren op de gemeenschap, ontmanteld werden – en worden, want het proces is nog steeds gaande. Na de ‘verlossende’ top: zes nieuwe vragen over de Eurocrisis Is de euro gered, na de top van 26 oktober? Tot voor kort werd de Europese Unie, ondanks alle problemen, algemeen beschouwd als een succesvol en interessant project, een laboratorium voor de internationale verhoudingen in de 21e eeuw. Waar komt toch die verlamming vandaan, die Europa nu al maanden en maanden in haar greep heeft? Wat is er in hemelsnaam gebeurd? Tien vragen over de Eurocrisis Waarom zit Europa als verlamd te wachten op de naderende storm? Tot voor kort werd de Europese Unie, ondanks alle problemen, algemeen beschouwd als een buitengewoon succesvol en interessant project, een laboratorium voor de internationale verhoudingen in de 21e eeuw. Maar opeens, binnen een paar maanden, dreigt het hele systeem als een kaartenhuis ineen te storten. Wat is er in hemelsnaam gebeurd? Als één Europees probleem nog groter is dan de euro, dan is dat het Europese democratische tekort. Dat staat pal voor onze neus, dat groeit maar door, en dat kan het einde betekenen van al onze dromen.’ Geert Mak hield op 5 mei voor het Vlaamse Parlement de jaarlijkse State of the European Union. ‘De legitimiteit voor het Europese project is snel aan het opraken, juist nu die zo bitterhard nodig is. Als één Europees probleem nog groter is dan de euro, dan is dat het Europese democratische tekort. Dat staat pal voor onze neus, dat groeit maar door, en dat kan het einde betekenen van al onze dromen.’ Geert Mak hield op 5 mei voor het Vlaamse Parlement de jaarlijkse State of the European Union.
Keynote speech at the conference on investigative journalism in Europe – Brussels, 21 November 2008
| Lees verder
Inleiding bij de opening van Prometheus, het Liberaal Kenniscentrum - Brussel, 8 september 2008
| Lees verder
Max Kohnstamm en Geert Mak schreven En nu: wat gebeurt er in de echte wereld? in NRC Handelsblad van 3 juni 2006.
| Lees verder
Is er leven na een dode constitutie? van Geert Mak werd op 6 mei 2006 in NRC Handelsblad gepubliceerd.
| Lees verder
Over zijn reis van bijna een jaar door Europa in 1999 schreef Geert Mak Het fatale onbegrip. Notities van een spion van de lezers. Verschenen in NRC-Handelsblad in 2000.
| Lees verder
Europa-lezing tijdens de Leipziger Buchmesse – Leipzig, 12 maart 2009
Over het virtuele leven, en de normaliteit van het kwaad. Dankwoord na de toekenning van de Leipziger Buchpreis zur Europaïsche Verständigung – Leipzig, 13 maart 2008.
| Lees verder
|
|